woensdag 29 januari 2014

Let niet op de rommel - Henk Plenter (boek)





Een aangrijpend boek, waarvan ik vind  dat  het verplichte lectuur voor alle mensen moet zijn, die op de een of andere manier voor de overheid of in de zorg werken.

Auteur Henk Plenter, sinds 2 ½  jaar gepensioneerd, heeft ruim 40 jaar voor de GGD in Amsterdam woningen ontruimd. Hij heeft zijn functie als het ware zelf uitgevonden en het zelfs tot Inspecteur Hygiënisch Woningtoezicht gebracht. 

Hij geeft de lezer een onthullende blik op een wereld die verborgen ligt achter alledaagse gevels in de Amsterdamse buurten. Met veel verstand van zaken, zachtmoedigheid, hartelijke meelevendheid en inzicht in wat mensen beweegt, ging  hij te werk.

Wat hij tijdens het uitoefenen van zijn beroep allemaal is tegengekomen en heeft meegemaakt beschrijft hij in dit boek op een zeer beeldende manier. 

Het is werkelijk schokkend hoe mensen in totale vervuiling kunnen leven. Vooral de beginnend dementerende en psychiatrisch gestoorde mensen kunnen niet zelfstandig, zonder professionele begeleiding leven. In de grote stad verdwijnen ze in de anonimiteit en worden pas ontdekt vanwege overlast met muizen, ratten of verschrikkelijke stank. Er is veel verborgen eenzaamheid en leed. Ik ben bang dat we daar in de toekomst nog veel meer mee te maken zullen krijgen als de ouderen zo lang mogelijk zelfstandig moeten wonen. En dat zal niet enkel in Amsterdam zijn.

Dit boek vormt een aanbeveling voor betere zorg voor elkaar en voor jezelf. Vereenzaming kan de beste mensen overkomen. In deze tijd met onze drang naar perfectie, snelheid en competitie zullen de mensen die niet bij machte zijn zich volledig aan te passen aan onze “zelfgemaakte maatschappij” ,nog eerder uit de boot gaan vallen. Compassie is een groot woord in deze tijd van zelfontplooiing en jezelf waarmaken.

Het is dan ook niet voor niets dat het woord  plenteren is opgenomen in het Algemeen Nederlands Woordenboek.  Welverdiend , ik ben vreselijk blij dat er zulke mensen bestaan zoals Henk.

Tot slot een gedicht van F. Starik, dichter uit Amsterdam, uit zijn boek “De eenzame uitvaart”.

N.N.
Iedereen kent ze: de grauwe ruiten
Die als doffe ogen in de gevels hangen
De gesloten leden, de moeie lappen
Waarachter onzichtbare mensen wonen.

Iedereen kent ze: de onzichtbare mensen
Die op de banken en bedden liggen, achter
Deuren zonder naam erop, iedereen kent ze
De deuren, de ramen, Niet de mensen.



Marianne

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen