vrijdag 17 mei 2013

Vrijdag Muziekjesdag met Bob Marley



Abdul leunde nog wat naar voren en rommelde wat met een stok in het smeulende kampvuur. Lang en slank zat hij daar te zijn. Een bedoeïen met een verschoten legerjasje aan. Hij duwde de stok nog wat heen en weer en keek omhoog.
Zijn wimpers, die sprekend leken op de sierlijke wimpers van een kameel knipperden rustig. Hij glimlachte wat melancholiek naar twee Italiaanse meisjes en knipperde nog eens met zijn wimpers.

Wij hadden deze truc al eens gezien. De meisjes zo te zien niet. Gevleid giechelend gingen ze nog wat dichter tegen elkaar aan zitten. Abdul blikte nog eens melancholiek in het vuur, rommelde nog wat met de stok en begon zachtjes het refrein van "No woman, no cry" te zingen.

Bob Marley zong "No woman, no cry" voor het eerst in 1974 maar echt heel beroemd werd het lied in de uitvoering op de lp/cd "Live" uit 1975. Opgenomen in Engeland met een uiterst levendig publiek erbij borrelde het nummer zich in die uitvoering in het collectieve muziekgeheugen. Ook in dat van Abdul, een bedoeïen in Katharina in de Sinaï.
Alleen maakte Abdul, zoals zoveel anderen ergens een fout. Hij dacht dat het lied ging over liefde, verloren liefdes waarschijnlijk. Maar dat is natuurlijk helemaal niet zo. Het is juist een lied dat hoop probeert te geven in harde tijden. Een lied dat zegt dat het beter wordt en dat je niet moet huilen en juist vol moet houden.

Say I remember when we used to sit
in the government yard in Trenchtown
Ob- observing all the hypocrites
as they'd mingle with the good people we met
Good friends we had and good friends we lost
along the way
in this bright future
you can forget your past
so dry your tears I say.
no woman no cry
no woman no cry 


Maar voor Abdul maakte het lied deel uit van zijn verleidingstruc. Hij keek bij het zingen wat melancholiek en knipperde met zijn prachtwimpers. Voor ik met een groepje anderen het door god en iedereen verlaten Tih plateau in de Sinaï bezocht had ik hem de truc al eens succesvol zien toepassen. En nu leek het voor hem ook de goede kant op te gaan.

We hoorden hem ze zingen, die beginregels. En het groepje waar ik mee reisde keek elkaar aan. We waren vrolijk, uitgelaten. Eerder die week hadden we de diep eenzame plek die Tih is doorstaan en 's ochtends waren we bijna achteloos nog even Jebel Musa/ de Mozesberg op en daarna weer af gestuiterd.

Dus toen hij weer even, haast smachtend opkeek in de richting van de nu blozende Italiaanse meisjes barstte er een uitgelaten Nederlands groepje uit in een luid ondersteunend 

ev'rything's gonna be alright
ev'rything's gonna be alright
ev'rything's gonna be alright
ev'rything's gonna be alright

De sfeer rond het smeulende vuur sloeg onmiddellijk om. Weg en geheel verdwenen was de romantiek. Abdul stopte met zingen, de Italiaanse meisjes ontwaakten uit hun betovering. Wij gierden haast kinderachtig van het lachen.

Abdul stond op, lachte naar ons. Want sportief was hij wel. Hij trok zijn legerjasje recht en slofte naar een kampvuur dat wat verder weg brandde.
Ik geloof dat de vrouwen die daar zaten uit Duitsland kwamen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen